Tuinblad.nl

Bomen voor een kleine tuin: 15 soorten die niet te groot worden

Voor een kleine tuin van 30 tot 80 m² kies je het best een boom die compact blijft, meestal tot ongeveer 6 meter hoog, en past bij je doel: sierwaarde, schaduw, privacy of vruchten. Geschikte vormen zijn bolbomen, zuilbomen, leibomen, meerstammige bomen en bomen op stam.

Kies een boom die onder 6 meter blijft

Voor een kleine tuin zijn bomen tot ongeveer 6 meter hoog meestal het meest geschikt. Let niet alleen op de eindhoogte, maar ook op de vorm. Een smalle zuilboom past vaak beter dan een breed uitgroeiende kroon, ook als beide even hoog worden.

Geschikte vormen voor kleine tuinen zijn:

  • bolboom
  • zuilboom
  • leiboom
  • meerstammige boom
  • boom op stam

Kies uit deze 15 bomen voor een kleine tuin

Krentenboom (Amelanchier lamarckii)

De krentenboom wordt 3 tot 5 meter hoog. Hij bloeit wit in het voorjaar, geeft eetbare bessen en kleurt oranje in de herfst. Deze soort groeit in volle zon en halfschaduw.

Japanse esdoorn (Acer palmatum)

De Japanse esdoorn blijft, afhankelijk van de cultivar, 2 tot 5 meter hoog en groeit langzaam. Je kiest hem vooral voor het fijne blad en de herfstkleur. Geef hem een beschutte plek.

Bolacacia (Robinia pseudoacacia ‘Umbraculifera’)

De bolacacia heeft een bolvormige kroon en groeit langzaam. Na 10 jaar is deze boom meestal ongeveer 2,5 meter hoog. Snoei houdt de vorm compact.

Sierappel (Malus ‘Red Sentinel’, ‘Evereste’ of ‘Rudolf’)

De sierappel wordt 4 tot 5 meter hoog. Hij geeft witroze bloesem in het voorjaar en rode sierappeltjes die vaak tot in de winter blijven hangen.

Japanse notenboom (Ginkgo biloba ‘Mariken’ of ‘Menhir’)

De cultivar ‘Mariken’ is een bolboom en wordt na 10 jaar maximaal 1 meter hoog. ‘Menhir’ groeit zuilvormig en wordt ongeveer 5 meter hoog. Beide hebben goudgeel herfstblad.

Perzisch ijzerhout (Parrotia persica)

Perzisch ijzerhout groeit langzaam en staat bekend om de herfstkleuren. In de winter bloeit deze boom en vallen de grillige takken op.

Bolveldesdoorn (Acer campestre ‘Nanum’)

De bolveldesdoorn wordt 2 tot 4 meter hoog, afhankelijk van de enthoogte en snoei. Hij groeit bolvormig en bloeit in april en mei. Deze boom groeit op veel grondsoorten, maar minder goed op droge of voedselarme zandgrond.

Judasboom (Cercis siliquastrum)

De judasboom is na 10 jaar ongeveer 4 meter hoog. In het voorjaar verschijnen felroze bloemen op kaal hout. Daarna volgt hartvormig blad en in de herfst een gele bladkleur.

Chinese vernisboom (Koelreuteria paniculata)

De Chinese vernisboom wordt na 10 jaar ongeveer 5 meter hoog. Hij heeft geveerd blad, gele bloemen in de zomer, blaasvormige vruchten en oranje herfstblad.

Slangenbast-esdoorn (Acer davidii)

De slangenbast-esdoorn wordt na 10 jaar ongeveer 5 meter hoog. De boom valt op door de getekende bast, glanzend blad, oranjegele herfstkleur en gele bloei in het voorjaar.

Zuilamberboom (Liquidambar styraciflua ‘Slender Silhouette’)

De zuilamberboom groeit smal en recht omhoog. Daardoor past hij goed in kleine tuinen met weinig breedte. De herfstkleur is een sterk punt.

Zuiltaxus (Taxus baccata ‘Fastigiata’)

De zuiltaxus wordt 4 tot 6 meter hoog en ongeveer 1,5 meter breed. Hij heeft donkergroene naalden, rode bessen en blijft groen in de winter (let op: de zaden en naalden zijn zeer giftig voor kinderen en huisdieren).

Ierse jeneverbes (Juniperus communis ‘Hibernica’)

De Ierse jeneverbes wordt 3 tot 5 meter hoog en ongeveer 1 meter breed. Hij heeft blauwgroene naalden en verdraagt droge grond goed.

Wilde kardinaalsmuts (Euonymus europaeus)

De wilde kardinaalsmuts wordt ongeveer 3 meter hoog. Hij heeft rode herfstbladeren en oranjeroze vruchten (let op: de plant en de vruchten zijn giftig voor mens en huisdier). Deze soort groeit in gevlekte schaduw en volle zon.

Vijgenboom (Ficus carica ‘Pastilière’)

De vijgenboom wordt ongeveer 3 meter hoog. Deze cultivar past goed in een beschutte stadstuin.

Kies een zuil- of bolvorm als je weinig breedte hebt

In een smalle tuin zijn zuilvormige bomen vaak het handigst. Goede opties zijn:

  • Japanse notenboom (Ginkgo biloba ‘Menhir’)
  • zuilamberboom (Liquidambar styraciflua ‘Slender Silhouette’)
  • zuiltaxus (Taxus baccata ‘Fastigiata’)
  • Ierse jeneverbes (Juniperus communis ‘Hibernica’)

Wil je een duidelijke kroon boven een terras of pad, kies dan een bolvorm:

  • bolacacia (Robinia pseudoacacia ‘Umbraculifera’)
  • bolveldesdoorn (Acer campestre ‘Nanum’)

Kies op bloei, herfstkleur of vruchten

Voor bloei zijn dit goede keuzes:

  • sierappel (Malus ‘Red Sentinel’, ‘Evereste’ of ‘Rudolf’)
  • judasboom (Cercis siliquastrum)
  • Chinese vernisboom (Koelreuteria paniculata)
  • slangenbast-esdoorn (Acer davidii)

Voor herfstkleur kun je kiezen voor:

  • krentenboom (Amelanchier lamarckii)
  • Japanse esdoorn (Acer palmatum)
  • Japanse notenboom (Ginkgo biloba ‘Mariken’ of ‘Menhir’)
  • Perzisch ijzerhout (Parrotia persica)
  • Chinese vernisboom (Koelreuteria paniculata)
  • wilde kardinaalsmuts (Euonymus europaeus)

Voor vruchten of bessen zijn dit geschikte soorten:

  • krentenboom (Amelanchier lamarckii)
  • sierappel (Malus ‘Red Sentinel’, ‘Evereste’ of ‘Rudolf’)
  • wilde kardinaalsmuts (Euonymus europaeus)
  • vijgenboom (Ficus carica ‘Pastilière’)

Zet de boom op de juiste plek in zon of halfschaduw

Volle zon tot halfschaduw is geschikt voor:

  • krentenboom (Amelanchier lamarckii)
  • bolveldesdoorn (Acer campestre ‘Nanum’)

Volle zon is gunstig voor een goede bloei of vruchtzetting bij:

  • appelboom (Malus domestica)

Een beschutte plek past bij:

  • Japanse esdoorn (Acer palmatum)
  • vijgenboom (Ficus carica ‘Pastilière’)

Gevlekte schaduw of volle zon past bij:

  • wilde kardinaalsmuts (Euonymus europaeus)

Pas de boom aan op klei, zand of vochthoudende grond

De meeste kleine bomen groeien goed in doorlatende, vruchtbare grond die voldoende vocht vasthoudt.

Voor enkele soorten is de grondkeuze extra belangrijk:

  • bolveldesdoorn (Acer campestre ‘Nanum’): geschikt voor veel grondsoorten, maar minder geschikt voor droge of voedselarme zandgrond
  • appelboom (Malus domestica): vruchtbare en goed doorlatende grond die voldoende vocht vasthoudt

Plant bomen tussen oktober en eind april

De beste planttijd voor bomen is van oktober tot en met eind april, tijdens de rustperiode. Het najaar, van eind september tot eind december, is vaak het meest geschikt door de koelere temperatuur, warme grond en neerslag.

Vanaf maart kun je ook planten, vooral met potgekweekte bomen. Plant niet bij vorst, extreme regen, harde wind of droogte.

Bladhoudende bomen hebben ook in de winter soms water nodig, vooral bij droog en zonnig weer.

Plant een boom in 9 stappen

  1. Kies de boomsoort op basis van functie, grootte en seizoensaspecten.
  2. Graaf een ruim plantgat en maak harde lagen onderin los.
  3. Plaats twee boompalen vóór de boom, op 30 cm van de stam. Zet ongeveer een derde van de paallengte in de grond.
  4. Verwijder plastic potten. Laat de jute zak en ijzeren korf om de kluit zitten, maar knip of bind het jute en de spandraden aan de bovenzijde rond de stam los om insnoering te voorkomen.
  5. Zet de boom op de juiste hoogte. De wortelkraag komt gelijk met het maaiveld.
  6. Vul het gat met grond en maak een gietrand.
  7. Snoei na het planten als dat nodig is voor de vorm of om dode takken weg te halen.
  8. Bescherm de stam als dat nodig is.
  9. Controleer de boombanden elk jaar en verwijder ze na 2 tot 3 jaar.

Houd minimaal 2 meter afstand tot de erfgrens

Bomen staan minimaal 2 meter van de erfgrens, gemeten vanaf het midden van de stam. Voor heggen en struiken geldt minimaal 50 cm.

Er zijn uitzonderingen. Denk aan toestemming van de buren, een gemeentelijke verordening, een boom die niet hoger is dan de scheidsmuur, openbare grond of water langs de grens, of verjaring na 20 jaar.

Bomen op stam zet je minimaal 2 meter uit elkaar.

Voorkom deze fouten bij het planten van kleine bomen

Plant een boom niet te diep. De wortelkraag moet op gelijke hoogte met het maaiveld staan.

Maak het plantgat ook niet onnodig groot, want dan kan de boom wegzakken. Gebruik bij het planten boompalen, zodat de kluit bij wind niet beweegt en wortels niet beschadigen.

Geef na het planten voldoende water, vooral bij zomerplanting of bij bladhoudende bomen. Gebruik bij langzaam groeiende bomen geen stikstofrijke meststof. Die stimuleert te veel groei.

Bij fruitbomen houd je de grond rond de stam vrij van andere planten en onkruid. Zo voorkom je concurrentie om water en voeding.

Kies een compacte fruitboom als je ook wilt oogsten

Voor een kleine tuin zijn fruitbomen verkrijgbaar als laagstam, halfstam, zuilvorm, dwergboom, patioboom en leifruit. Heb je ruimte voor één boom, kies dan een zelfbestuivende appelboom (Malus domestica).

Geschikte compacte keuzes zijn:

  • zuilvormige appelboom ‘Greencats’ of ‘Redcats’
  • dwergappelboom Mini-Cox®, geschikt voor pot
  • zuilvormige kersenboom ‘Sylvia’
  • dwergkers ‘Carmine Jewel’

Schakel hulp in bij grote bomen of lastige klussen

Zelf planten is geschikt bij kleine boomvormen tot 3 meter, eenvoudig plantwerk en onderhoudssnoei van jonge bomen.

Schakel een vakman in bij complexe bodemverbetering, snoei van volwassen vormbomen, verplanten van grote exemplaren en advies over kostbare of zeldzame soorten.

FAQ

Hoe ver moet een boom van de schutting staan?

Minimaal 2 meter van de erfgrens, gemeten vanaf het midden van de stam.

Wanneer plant je een boom in een kleine tuin?

Van oktober tot en met eind april. Het najaar, van eind september tot eind december, is vaak het gunstigst.

Welke boom past in een smalle kleine tuin?

Een zuilvormige boom past vaak het best, zoals de zuilamberboom (Liquidambar styraciflua ‘Slender Silhouette’) of de zuiltaxus (Taxus baccata ‘Fastigiata’).

Welke kleine boom geeft ook vruchten?

De krentenboom (Amelanchier lamarckii), sierappel (Malus ‘Red Sentinel’, ‘Evereste’ of ‘Rudolf’) en vijgenboom (Ficus carica ‘Pastilière’) geven vruchten of bessen.

Planten in dit artikel

Verder in je tuin